Door A.V.
Vrijdagochtend 22 mei 2009 7.30
Na uren wakker gelegen te hebben, kruip ik lichtelijk vermoeid uit mijn knusse tentje. Hanno slaapt nog even door, maar ik hou het niet langer uit. De hele nacht werd ons tentje verlicht door de bliksem. Daarnaast lag ik met mijn hoofd een kleine 2 cm. onder het tentdoek, waardoor ik elke regendruppel voelde landen. Maar ja, belangrijker dan het gebrek aan slaap, mijn benen voelden erg goed!
Nu ik toch al wakker was, besloot ik met Paul wat brood te halen en vervolgens met Peter boodschappen te doen. Nadat ook Hanno en de gebroeders Verheij uitgeslapen waren, konden we eindelijk aan tafel voor een heerlijke brunch. Tussen het heerlijke stokbrood door nog het profiel van de Grand Ballon bestudeerd.
Omdat deze flinke puist op 35 km. afstand van de camping ligt, leek het ons beter om met de auto naar een in de buurt gelegen dorp te rijden. Met een vijftal kilometers in de benen begon de weg licht omhoog te lopen. Vanaf dit punt zou de top nog 23 kilometer van ons vandaan liggen.
Na nog geen 2 kilometer, splitste de groep in tweeen. De klimmers van naam (Antheun, Rik, Paul, Hanno en Peter) reden langzaam weg van de mindere goden (Marc, Ewoud en ik). Toen ook Ewoud het tempo iets opschroefde, moest ik de keuze maken; blijf ik hangen bij Marc of doorbijten en met Ewoud mee? Na een korte bezinning toch voor Ewoud gekozen. Op het tandvlees sluit ik aan bij Ewoud, die onregelmatig op de grote plaat blijft stoempen. 20 minuten later breek ik en laat me zakken tot bij Marc. We sluiten een pact; tot de laatste kilometer samen rijden.
Tot mijn grote vreugde kregen de benen even rust tijdens een stukje afdaling. Echter mijn kennis van de klim belemmerde me om echt te ontspannen. "The worst was yet to come."
De laatste 7 kilometer braken aan. De weg schoot weer omhoog, eerst door het bos en vervolgens een open terrein. Op reserves rijden gaat niet meer met de wind vol op de kop. Met de top in het zicht houd ik het niet langer. Na zoveel kopwerk wil ik niet als laatste boven komen. Met nog 800 meter te gaan spring ik hard weg bij Marc. Hij blijft een paar seconden te lang zitten, waardoor ik uiteindelijk een fietslengte overhoud. IK BEN NIET MEER DE SLECHTSTE KLIMMER!!!
Na een korte rustpauze en een groepsfoto op de top, zetten we de afdaling in. Net als de dag ervoor, wordt al snel duidelijk wie er kunnen afdalen en wie niet. Marc en ik zijn bergop misschien iets minder, maar dalen toch stukken sneller. Gelukkig, waar omhoog wordt gereden, moet men ook weer naar beneden.